Alles begint met lezen en schrijven. Dé basis voor duurzame participatie. De wet- en regelgeving biedt veel ruimte om een structurele lokale aanpak hiervan vorm te geven en uit te voeren. Een belangrijke geldstroom biedt de Wet participatiebudget: één bedrag voor werk, scholing en inburgering. Ook de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een goed hulpmiddel bij uw strijd tegen laaggeletterdheid.
Om de lokale aanpak van laaggeletterdheid te financieren bieden twee wetten ruime mogelijkheden:
1. Participatiebudget;
2. Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
1. Participatiebudget: Een bedrag voor werk, scholing en inburgering
Sinds 1 januari 2009 is de Wet participatiebudget van kracht. Dit budget biedt uw gemeente kansen om laaggeletterdheid voortvarend aan te pakken. Dit budget biedt ook de mogelijkheid de aanpak van laaggeletterdheid breder en vanuit verschillende beleidsvelden aan te pakken. Lees- en schrijfcursussen kunnen in het kader van participatie vanuit verschillende budgetten worden bekostigd.
In het participatiebudget zijn de drie rijksbijdragen voor re-integratie, inburgering en educatie gebundeld. Dit betekent dat uw gemeente een bedrag ontvangt dat u passend binnen het lokale beleid inzet om inwoners te stimuleren te participeren.
Binnen het participatiebudget komen de volgende drie budgetten samen:
- Wet werk en bijstand (WWB)-werkdeel
Onvoldoende beheersing van de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen staat duurzaam participeren vaak in de weg. Dit budget kunt u gebruiken om bijstandsgerechtigden en herintreders scholing te bieden om hen duurzaam aan werk te helpen. Voor gepaste scholing zijn de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen essentieel. U kunt dit budget dan ook inzetten voor cursussen lezen en schrijven.
- Wet inburgering (WI)
Met dit geld koopt u onder meer taallessen in voor inburgeraars.
- Voordelen van de Wet participatiebudget
De basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen essentieel om uiteindelijk duurzaam te kunnen participeren. Door de burger centraal te stellen en de onderwijsbehoefte van deze burger vanuit een budget te bekostigen kunt u uw burgers de opleiding bieden die nodig is om te participeren. Kortom: minder regels, meer beleidsruimte en meer maatwerk. Dat zijn de voordelen van het participatiebudget.
Verschillende beleidsterreinen binnen uw gemeente kunnen hun krachten bundelen en efficiënter samenwerken. Ook geeft het u de mogelijkheid om organisaties in uw gemeente waar laaggeletterdheid voorkomt, te benaderen voor bijvoorbeeld taalcursussen door middel van cofinanciering. Tegelijkertijd kunt u laaggeletterdheid aanpakken onder uw eigen gemeentelijke werknemers. Met het participatiebudget heeft u alle vrijheid om te bepalen wie welke voorziening of opleiding nodig heeft. Om aan werk te komen of op een andere manier deel te nemen aan de maatschappij. Van laaggeletterde jongeren zonder startkwalificatie, vroegtijdige schoolverlaters en digibeten tot ouderen, vrijwilligers en hoogopgeleide allochtonen.
2. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Naast het participatiebudget biedt de Wmo ook oplossingen om laaggeletterdheid duurzaam aan te pakken. In het kader van deze wet – met als thema meedoen – biedt u laaggeletterde inwoners meer kansen om daadwerkelijk mee te doen aan het maatschappelijk verkeer. Als gemeente vervult u hier een regierol. Dit betekent dat u de aanpak van laaggeletterdheid initieert en stimuleert. Het zorgen voor bewustwording en het creëren van een breed draagvlak helpen u daarbij. Met het ontwikkelen van een beleidsvisie binnen het Wmo-beleid vermindert en voorkomt u laaggeletterdheid.
Tip: Lees meer over de kansen die de Wet maatschappelijke ondersteuning biedt om laaggeletterdheid in uw gemeente aan te pakken. Download de handreiking Wmo en laaggeletterdheid via www.invoeringwmo.nl.






